Wat zijn de boekhoudkundige verschillen?

Financiële Leasing en Renting verschillen op twee cruciale vlakken van elkaar: de aankoopoptie en de boekhoudkundige verwerking. 

De aankoopoptie mag bij Financiële Leasing niet hoger zijn dan 15%, terwijl dit bij Renting of Operationele Leasing minimum 16% moet bedragen. Bij een Financiële Leasing wordt het goed daarenboven bij de huurder/leasingnemer geactiveerd op een 25-rekening “Vaste activa in leasing” en afgeschreven via een 630-rekening “Afschrijvingen op vaste activa”.
Financiële leasing is met andere woorden een on-balance financieringsvorm, net zoals een reguliere lening.

Renting of Operationele Leasing is daarentegen een off-balance financieringsvorm: de huurfacturaties worden rechtstreeks in kosten (61-rekening) geboekt. De schulden op lange termijn worden daardoor beperkt gehouden.

Wat de afschrijvingen betreft: bij een Financiële Leasing zal deze gebeuren bij de leasingnemer, en dit volgens de normale gebruiksduur van het goed – niet volgens de duur van het contract. De intrestcomponent in de leasevergoeding wordt in aftrek gebracht op het resultaat van de leasingnemer

Dit is net dezelfde situatie als zou het roerend goed rechtstreeks aangekocht en gefinancierd worden met een gewone banklening. Bij een Renting of Operationele Leasing krijgen we een ander beeld. De leasingnemer zal de rentingvergoeding volledig in kosten kunnen brengen, weliswaar rekening houdend met bepaalde fiscale aftrekbeperkingen zoals de autokosten. De afschrijving zelf wordt genomen door de Renting of leasemaatschappij.

Renting heeft met andere woorden het voordeel dat u de investering vlugger in resultaat kan brengen.